
Bij cardiale ATTR amyloïdose ontstaat er neerslag van amyloïd in het myocard door monomeren van het transthyretine (TTR) eiwit (= pre-albumine). Het TTR-eiwit is normaal een tetrameer (vier kleinere eiwitten vormen een stabiel groot eiwit). Bij deze ziekte vallen deze tetrameren uiteen in vier kleine eiwitten (monomeren) die neerslaan als amyloïd fibrillen.
Lees meer: specifieke cardiomyopathieën – cardiale amyloïdose.
Deze geneesmiddelen stabiliseren deze onstabiele TTR-eiwitten zodat ze niet meer in monomeren uiteenvallen en dan veel minder neerslaan in het myocard tot amyloïd. De al aanwezige amyloïdose zal met deze behandeling dus niet of slechts minimaal terug verdwijnen. Daarom is het zeer belangrijk dat deze therapie in een vroeg stadium van de ziekte wordt gestart.
Geneesmiddelen:
Afremmen van de progressie van de ziekte door het tegenhouden verdere neerslag van TTR-monomeren in het myocard.
Trials:
Met beide producten werden gelijkaardige gunstige effecten aangetoond in de studies, vooral bij NYHA I-II patiënten:
In de ATTRibute-CM studie heeft acoramidis, vergeleken met placebo, significante voordelen aangetoond op cardiovasculaire eindpunten vanaf 3 maanden behandeling. Link naar de studie: Judge DP, et al. JACC 2025 Mar, 85 (10) 1003–101.
Deze effecten blijven behouden en neemt toe na bijna 5 jaar behandeling met tafamidis (ATTR-ACT LTE).
Deze effecten waren niet aanwezig bij patiënten met een verder gevorderde ziekte en al NYHA-klasse III.
Er werden geen studies uitgevoerd die tafamidis en acoramidis rechtsstreeks vergeleken ten opzichte van elkaar. Tevens verschillen de studies van beide geneesmiddelen inzake opbouw van de studie, de geïncludeerde populatie en de gebruikte statistische analyse. De keuze voor een van beide producten moet worden gemaakt door de behandelende cardioloog.
Behandeling van zowel de wild-type als de erfelijke vorm van cardiale ATTR amyloïdose in een vroeg stadium van de ziekte, NYHA-klasse I of II.
Beschikbare producten:
Terugbetalingscriteria voor tafamidis (sinds 10-2021) en voor acoramidis (sinds 01-2026) in België:
Tafamidis:
De aanbevolen dosis is 1 tablet 1 keer per dag. Er is geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, nierinsufficiëntie en lichte tot matige leverinsufficiëntie. Het gebruik van tafamidis bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie werd niet onderzocht.
Acoramidis:
De aanbevolen dosis is 2 keer 2 tabletten per dag (dus 2 tabletten ’s morgens en 2 tabletten ’s avonds). Normaal is er geen dosisreductie nodig op basis van gewicht, nierfunctie of andere factoren. Inname van een lagere dosis zal de positieve impact op de prognose verminderen. Artsen moeten een goede therapietrouw van de aanbevolen dosis opvolgen en stimuleren.
Er zijn maar beperkte gegevens bij patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie met een creatinineklaring van < 30 ml/min. Het gebruik van acoramidis wordt niet aanbevolen bij patënten met nierdialyse en leverinsufficiëntie, omdat acoramidis niet onderzocht werd in deze populaties.
Weinig tot geen.
Soms lichte gastro-intestinale ongemakken (flatulentie, diarree).
Acoramidis: jicht.
De therapie moet in een zo vroeg mogelijk stadium van de ziekte gestart worden. Patiënten die bij aanvang al in NYHA-klasse III zijn, komen niet meer in aanmerking voor terugbetaling. Bij tekens van progressief hartfalen (evolutie naar blijvend NYHA-klasse III of IV) moet de therapie gestopt worden en vervalt de terugbetaling.
Dit is een zeer dure behandeling. Rationeel gebruik ervan is nodig. Gezien dit vooral een lange termijn behandeling is met slechts prognostische voordelen na een langere behandelingsduur mag deze therapie pas gegeven worden bij patiënten met: