Acuut hartfalen (AHF) kan levensbedreigend zijn en is soms een urgentie. AHF kan leiden tot zuurstoftekort (hypoxie) en/of perifere hypoperfusie (cardiogene shock) met hartritmestoornissen, cardiale ischemie en multipel orgaan falen (MOF).
Daarom zijn deze aandachtspunten zeer belangrijk vanaf het moment van presentatie op spoed:
Symptomen:
Patiënten met gekend chronisch hartfalen hebben een hoger risico op hartdecompensatie, maar hartdecompensatie kan echter ook de eerste presentatie zijn van een nieuwe diagnose van hartfalen.
Acuut hartfalen (hartdecompensatie) wordt meestal uitgelokt door een bepaalde trigger: zie tabel. Deze uitlokkende factoren vereisen snel een specifieke behandeling.
Lees ook: Diagnose van hartfalen.
Lees ook: Symptomen van hartfalen.

Lees ook: Oorzaken van hartfalen.
Lees ook: Wat te doen bij klinische tekens van hartdecompensatie?
Het klinisch onderzoek en het afnemen van een ECG moeten zo snel mogelijk na presentatie op spoed gebeuren. Het is cruciaal om de diagnose te stellen, maar ook om de urgentie van bepaalde behandelingen te bepalen.
Linkszijdig:
Rechtszijdig:

Patiënten met AHF en een verhoogde bloeddruk hebben een betere prognose. Naarmate de bloeddruk lager is, is de prognose slechter. De geïndiceerde behandeling wordt in grote mate bepaald door de bloeddruk: zie behandeling.
Verminderd bewustzijn kan een teken zijn respiratoire insufficiëntie en CO2 recentie (carbonarcose) door respiratoire uitputting.
Bij voorkeur maar te controleren bij vermoeden van een acuut coronair syndroom of myocarditis. Meestal is er een lichte stijging van troponine bij acuut hartfalen, nierinsufficiëntie, … Een lichte, niet-evolutieve stijging van troponine in afwezigheid van angor is dus aspecifiek.

Te bepalen bij onverklaarde dyspnoe zonder klinische tekens van hartdecompensatie om longembolen uit te sluiten. Let op: de waarde kan ook door andere factoren verhoogd zijn (recente operatie, ecchymosen, zwangerschap,…).
Af te nemen:
Bij respiratoire distress en hogere zuurostofnood of bij hemodynamische instabiliteit wordt best een arteriële lijn geplaatst voor invasieve bloeddrukmonitoring en opvolging van de arteriële bloedgaswaarden.

Meestal wordt deze best zoveel mogelijk onveranderd verder gezet. In bepaalde omstandigheden kan het toch nodig zijn om de volgende behandelingen tijdelijk te stoppen of in dosis te halveren. Na stabilisatie moet zodra mogelijk geprobeerd worden om de dosis terug op te titreren naar de streefdosis of de maximaal getolereerde dosis. Deze omstandigheden zijn:
Bij acuut hartfalen en een hartfrequentie van < 70/min wordt een onderhoudsdosis b-blokker best tijdelijk verminderd of onderbroken tot bij gunstige hemodynamische evolutie. Zeker bij tekens van perifere hypoperfusie moet een b-blokker onderbroken worden.

Lees ook: Hospitalisatie omwille van hartfalen
Lees ook: Opname van een hartfalenpatiënt op een niet-cardiale afdeling voor een ander medisch probleem
